Waterpolo » Scheidsrechterzaken » Beoordelingen
District 2: Waterpolo
District 2: Synchroonzwemmen
Opleidingscentrum TCON
Opleidingscentrum WOC
Zwemmen

   > DWO samenstelling

   > Nieuws

 

 Competitie

 

 Competitiezaken

 

 Scheidsrechterzaken

 

 Jeugdzaken

 

Beoordelingen en rapportages

Binnen de Scheidsrechterscommissie zijn er een aantal personen die de begeleiding en rapportages van de scheidsrechters aansturen. Dit zijn achtereenvolgens: Gerti Beker, Tonnie Bosch, Richard van Eck, Hans Muilenburg, Han de Rooij, Michel Hoeksema en Bjorn en Gerben Schoppmann. De baden in Overijssel en Gelderland zijn in goed overleg onderling verdeeld. Wie welk bad onder zijn hoede heeft kunt u verderop lezen.
 
Om de aantallen rapportages op peil te houden en verder uit te breiden zijn wij constant op zoek naar versterking van onze groep van vaste rapporteurs. Hierbij wordt onder andere gedacht aan mensen die regelmatig in een zwembad zijn en kennis hebben van het waterpolo en zichzelf in staat achten om een scheidsrechter te beoordelen én te begeleiden. Schroom niet om een E-mail te sturen of te bellen; op elk niveau kunnen wij nieuwe mensen gebruiken.
 
Wilt u meer informatie of wilt u zich aanmelden als rapporteur dan wel begeleider, dan kunt u contact opnemen met:
Hans Muilenburg, via e-mailadres:                hmuilenburg@knzbdistrict2.nl
                                        telefonisch:                  026-3818772
 
Uitgangspunt voor ons is, dat wij elk seizoen ons uiterste best doen een ieder minstens éénmaal, dan wel vaker gerapporteerd te krijgen. De cursisten en de scheidsrechters die op de nominatie staan door te stromen naar het district dan wel de bond krijgen waar mogelijk extra aandacht van onze groep. Dit wil beslist niet zeggen, dat andere scheidsrechters buiten de boot vallen! Helaas moeten ook wij roeien met de riemen die wij hebben.
   
Wij hopen dan ook, dat we in de loop van dit seizoen veel rapportages van scheidsrechters zullen ontvangen. Mocht je nu als collega scheidsrechter dan wel rapporteur ergens in een bad zijn en niet zijn gevraagd door ons en je wilt toch rapporteren, denk dan aub eens aan het volgende:
 
Wanneer je een rapportage wilt /gaat maken van een collega scheidsrechter zonder dat je door een van ons benaderd bent om dit te doen, neem eerst even contact met ons op.
 
Wij hebben namelijk een overzicht van het aantal rapportages die een scheidsrechter achter zijn / haar naam heeft staan. Hiernaast kunnen wij aangeven of een rapportage zinvol is of niet. Tevens willen we ook voorkomen (uit kostenoverwegingen) dat er twee rapporteurs naar de scheidsrechter(s) komen kijken.
 
Hieronder volgt een overzicht hoe de verdeling is van de zwembaden:
 
Gerti Beker (gbeker@knzbdistrict2.nl):
Borculo, Brummen, Doesburg, Doetinchem, ´s Heerenberg, Lochem, Neede, Zevenaar en Zutphen.
 
Richard van Eck (rvaneck@knzbdistrict2.nl):
Apeldoorn, Deventer, Twello, Raalte, Rijssen, Vaassen, Nijverdal en Wapenveld.
 
Hans Muilenburg (hmuilenburg@knzbdistrict2.nl):
Aalten, Arnhem, Culemborg, Elst, Kampen, Nijmegen, Tiel, Ulft, Varsseveld, Wageningen, Westervoort, Winterswijk en Zetten-Andelst.
 
Han de Rooij (hderooij@knzbdistrict2.nl):
Dronten, Emmeloord, Genemuiden, Harderwijk, Hattem, Kampen, Lelystad, Nunspeet, Steenwijk, Wezep en Zwolle.
 
Bjorn & Gerben Schoppmann (bschoppmann@knzbdistrict2.nl / gschoppmann@knzbdistrict2.nl):
Haaksbergen, Borne, Enschede, Hengelo, Oldenzaal, Goor en Markelo
 
Tonnie Bosch (tbosch@knzbdistrict2.nl)
Almelo, Denekamp, Hardenberg, Losser, Ommen, Tubbergen, Vriezenveen en Wierden
 
Michel Hoeksema (mhoeksema@knzbdistrict2.nl)
Barneveld, Ermelo, Nijkerk, Putten, Zeewolde en Ede
 
 
 
 
 
 
Voor diegenen (en andere geintresseerden) die als scheidsrechter gerapporteerd zijn en vinden dat de bespreking achteraf te kort dan wel niet duidelijk is geweest, is hieronder het rapportageformulier nader toegelicht. Mocht je andere vragen dan wel op- of aanmerkingen hebben stuur ons dan aub een E-mail. Wij weten dan ook wat er speelt bij onze scheidsrechters.
 
 
Puntenverdeling van het rapportageformulier:
 
 1.   correct gekleed

 ja (1)

nee (0)

  -

 2.   instructie & controle

 goed (4)

 voldoende (3) 

 matig (2)

 slecht (1)

 3.   fluitsignaal

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 4.   handgebaren

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 5.   samenwerking

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 6.   consequent optreden

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 7.   leiderschapsgedrag

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 8.   volgen van het spel

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 9.   positie kiezen

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 10. spelinzicht

 goed (4)

 voldoende (3)

 matig (2)

 slecht (1)

 11. gewone fouten

 goed (6)

 voldoende (4)

 matig (2)

 slecht (1)

 12. zware fouten

 goed (6)

 voldoende (4)

 matig (2)

 slecht (1)

 13. dood spel

 goed (6)

 voldoende (4)

 matig (2)

 slecht (1)

 14. voordeelregel

 goed (6)

 voldoende (4)

 matig (2)

 slecht (1)

 
Hierboven is de gedetailleerde puntenverdeling van een rapportageformulier afgebeeld. Je kunt maximaal 61 punten krijgen wanneer je een formulier hebt gekregen waarop alle kruisjes in de linker kolom (goed) staan. Om de scheidsrechter een goed beeld te geven, waarop gelet wordt tijdens een rapportage is hieronder puntsgewijs het rapportageformulier weergegeven:
 
 
Hoe was de wedstrijd?
 
We hebben hier de mogelijkheid van moeilijk- normaal- eenvoudig of ongeschikt voor rapportage.
Om met de laatste te beginnen: ongeschikt komt eigenlijk alleen voor bij een zeer vroege UMV4 of als een ploeg de wedstrijd moet spelen met minder dan 7 spelers. Een eenvoudige wedstrijd is een wedstrijd waarbij een groot verschil in doelpunten is en waaruit blijkt dat er maar een ploeg aan het waterpoloën is geweest. De normale wedstrijd slaan we even over, gaan we naar de moeilijke wedstrijd: het is niet zo dat een wedstrijd die (bijna) gelijk eindigt een moeilijke wedstrijd is, en ook een wedstrijd met 4 doelpunten verschil hoeft geen normale wedstrijd te zijn. De beleving van de spelers en de inzet in het water geven een veel beter beeld of het een normale of een moeilijke wedstrijd was. Ook het feit of het een zgn derby was speelt mee. De spelers hoeven elkaar dus niet te lijf te gaan om er een moeilijke wedstrijd van te maken. De meeste wedstrijden zullen als normaal gekwalificeerd kunnen worden.
  
1. correct gekleed 
 
Hierbij gaat het erom dat de scheidsrechter er netjes en verzorgt uitziet: geen broek of shirt die overduidelijk al 2 maanden in de tas zitten (dus vol kreukels en niet helemaal ”schoon”). Uitgangspunt is een witte broek samen met een rood shirt / overhemd en sportschoenen (géén badslippers).
 
2. instructie & controle
 
Instructie houdt in dat de scheidsrechter de jurytafel instrueert hoe te handelen bij bijv een derde persoonlijke fout en dergelijke. Ook de afspraken met de aanvoerders en de coaches vallen hieronder. Controle houdt in dat de scheidsrechter alles moet controleren: spelerskaarten, w official kaarten, nagels, doelnetten, hardheid van de speelballen enz.
Goed wordt gegeven, wanneer dit alles gebeurt;
Voldoende wordt gegeven, wanneer het een wel en het andere niet gedaan wordt;
Slecht wordt gegeven, wanneer er niet wordt gecontroleerd dan wel gecommuniceerd.
 
3. fluitsignaal
 
Het mag duidelijk zijn dat het fluitsignaal voor iedereen (zowel in het water als achter de jurytafel ) goed te horen moet zijn om de wedstrijd te kunnen spelen. Een scherp klinkende fluit is dan ook belangrijk. Verder kan de scheidsrechter met zijn of haar fluitsignaal de ernst van de overtreding duidelijk aangeven.
Goed wordt gegeven, wanneer het fluitsignaal altijd duidelijk is te horen voor de spelers en ook de aardvan de overtreding hiermee kenbaar wordt gemaakt.
Voldoende wordt gegeven, wanneer het fluitsignaal regelmatig niet goed is te horen en er niet duidelijk mee wordt gemaakt wat voor soort overtreding het is.
Matig/slecht wordt gegeven, wanneer het fluitsignaal niet te horen is.
 
4. handgebaren 
 
 
 
 
Let bij de beslissingen van de scheidsrechter op, of de scheidsrechter de voorgeschreven gebaren gebruikt. is de scheidsrechter ook duidelijk naar de jurytafel? Begrijpen de spelers wat de scheidsrechter bedoelt? Geeft de scheidsrechter geen overbodige (niet voorgeschreven/onduidelijke) gebaren?
Goed wordt gegeven, wanneer aan het bovenstaande wordt voldaan;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter af en toe geen gebaren geeft;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter regelmatig in gebreke blijft met het geven van gebaren;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter in het geheel weinig tot geen gebaren geeft.
 
5. samenwerking
Hiermee bedoelen we de samenwerking met de jurytafel en/of de collega scheidsrechter. Zijn er afspraken met de jurytafel gemaakt, is het 30 sec signaal voor iedereen duidelijk hoorbaar? Maken de scheidsrechters onderling afspraken; hebben ze dit voor de wedstrijd gedaan? Helpen ze elkaar tijdens de wedstrijd? Hebben ze (oog) contact tijdens de wedstrijd? Hebben ze tijdens de rust nog contact met elkaar? Zitten ze elkaar niet in het vaarwater met het fluiten? En niet onbelangrijk: vormen ze een team of zijn het 2 eenlingen die hun eigen wedstrijd staan te fluiten? Oftewel vormen de scheidsrechter ook wat de spelregels betreft een eenheid?
 Goed wordt gegeven, wanneer aan het bovenstaande wordt voldaan;
Voldoende wordt gegeven, wanneer een van de bovenstaande zaken niet goed gebeurt;
Matig wordt gegeven, wanneer meerdere zaken niet gebeuren.
Slecht wordt gegeven, wanneer er helemaal niets gebeurt.
 
 
N.B. Het mag duidelijk zijn dat er altijd een vorm van samenwerking is en dat deze kolom altijd moet worden ingevuld.
 
  
6. consequent optreden
 
Dit is misschien wel een van de belangrijkere eigenschappen van een scheidsrechter: consequent blijven gedurende de hele wedstrijd. Niet de spelers, maar de scheidsrechter legt de grens vast. 
Goed wordt gegeven, als dit ook gebeurt;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter af en toe van de lijn afwijkt;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter rommelig fluit. De ene keer wordt er een U 20 gegeven en een volgende keer wordt er een gewone fout voor dezelfde overtreding gegeven. De spelers begrijpen niet goed wat de scheidsrechter nu wil;
Slecht wordt gegeven, wanneer het rommelig fluiten extreme vormen aan gaat nemen; de spelers kunnen er werkelijk geen touw meer aan vast knopen.
 
7. leiderschapsgedrag
 
 
Heeft de scheidsrechter overwicht op alle betrokkenen? Hoe gaat hij/zij om met lastig publiek en eventuele lastige spelers. Dwingt hij/zij respect af? 
Goed wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter overwicht heeft en eventuele problemen op een goede manier - zonder autoritair te zijn - oplost;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter te autoritair of juist te meegaand is;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter problemen niet of onvoldoende oplost;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter geen maatregelen neemt, dan wel durft te nemen, om zijn overwicht te herstellen.
 
8. volgen van het spel
 
De scheidsrechter dient bij de les te zijn en behoort het spel te volgen. D.w.z. hij/zij moet geconcentreerd blijven. De scheidsrechter moet daar kijken waar zich problemen kunnen voordoen (met name beginnende scheidsrechters hebben de neiging alleen daar te kijken waar de bal zich bevindt). Als een wedstrijd met 2 scheidsrechters wordt gefloten, dienen collega's te weten dan wel aan te voelen wie waar wel en wie waar niet moet kijken. Als het spel zich in de eerste lijn afspeelt dan moet een verdedigende scheidsrechter niet kijken hoe mooi daar gespeeld wordt, maar moet hij/zij de tweede lijn volgen.
Goed wordt gegeven, wanneer aan het bovenstaande wordt voldaan;
Voldoende wordt gegeven, wanneer een van de zaken niet gebeurt;
Matig wordt gegeven, wanneer meerdere zaken niet gebeuren;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter het spel totaal niet volgt.
 
  
9. positie kiezen
 
 
 
Kiest de scheidsrechter zodanig positie, dat hij/zij de juiste beslissing kan nemen? De scheidsrechter dient afhankelijk van de spelsituatie een juiste positie te kiezen en dient niet op één plaats aan de badrand te blijven staan.
Goed wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter zich zodanig opstelt, dat hij/zij alle spelsituaties goed kan waarnemen en beoordelen; 
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter zich af en toe verkeerd opstelt;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter zich regelmatig verkeerd opstelt en hierdoor regelmatig verkeerde beslissingen neemt;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter zich aldoor verkeerd opstelt en hierdoor steeds verkeerde beslissingen neemt.
 
10. spelinzicht
  
Blijkt uit de manier van fluiten dat hij/zij het spelletje begrijpt en daardoor steeds de goede beslissingen kan nemen?
Goed wordt gegeven, wanneer aan het bovenstaande wordt voldaan;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter af en toe iets verkeerd doet;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter het spel niet goed aanvoelt;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter totaal geen gevoel voor de wedstrijd heeft.
 
 
 
11. gewone fouten
 
 
 
 
 
 
Een gewone fout is een gewone fout; deze moeten ook als zodanig bestraft worden.
Goed wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter alle gewone fouten goed ziet en beoordeeld;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter af en toe de gewone fouten niet correct bestraft;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter regelmatig de gewone fouten niet correct bestraft;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter (bijna) geen onderscheid maakt en dus niet correct bestraft.
 
12. zware fouten
 
Een zware fout is een zware fout; deze moeten ook als zodanig bestraft worden. Hier kan en mag zeker niet mee worden gemarchandeerd door de scheidsrechter. Let ook op, of alle zware fouten de juiste straf krijgen, maw wordt er goed onderscheid gemaakt tussen uitsluitingsfouten en 5 meters en worden eventuele UMV's en UMV4's ook op hun juiste waarde geschat.
Goed wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter alle zware fouten goed ziet en beoordeeld;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter een enkele keer in de fout gaat.
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter meerdere keren de regels verkeerd toepast.
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter regelmatig (vaker dan meerdere keren) de regels verkeerd toepast.
 
13. dood spel
 
Fouten tijdens dood spel worden niet altijd bestraft. Toch gebeuren er in elke wedstrijd regelmatig zulke fouten: bal weggooien bij een vrije bal / het hinderen bij het nemen van de vrije bal ( dus ook het hinderen bij het pakken van de bal om de vrije bal te nemen).
Maar ook het actieve blok in verdedigend opzicht of het inzwemmen op een man in aanvallende zin in dood spel is een zware fout.
Goed wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter de spelregels volledig en juist toepast;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter een enkele keer deze regels verkeerd of niet toepast;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter deze regels regelmatig vergeet dan wel niet wil zien;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter deze regels in het geheel niet ziet of toepast.
 
 
 
 
14. voordeelregel
 
  
 
De scheidsrechter moet er op letten, dat hij/zij voordelige situaties niet om zeep helpt door te vroeg te fluiten. Laat b.v. een midvoor een actie maken. Fluit niet te vroeg; als de midvoor zijn actie inzet, laat hem deze dan afmaken. Wordt hij vastgehouden en kan hij niet verder meer dan is het U-20. Heeft de midvoor de draai al gemaakt en ligt hij - met bal - oog in oog met de keeper, dan is elke overtreding op de midvoor een strafworp. Is een speler met bal op weg naar het doel en wordt er achterin het speelveld een overtreding gemaakt, fluit dan niet! Pas de voordeelregel toe. Natuurlijk geldt dit dan ook voor een eventuele collega scheidsrechter waar je mee samen fluit; ook hij/zij dient dan niet fluiten.
 
 
Goed wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter deze regel gedurende de hele wedstrijd juist toepast;
Voldoende wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter deze regel af en toe niet toepast;
Matig wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter de voordeelregel regelmatig niet toepast;
Slecht wordt gegeven, wanneer de scheidsrechter de voordeelregel bijna niet toepast of, wanneer de aanvallende partij hierdoor scoringskansen wordt ontnomen.
 
 
 
 
 
In het kort geven de punten 1 t/m 10 aan hoe een scheidsrechter als zodanig funktioneert; de punten 11 t/m 14 geven een beeld van de spelregelkennis en de toepassing hiervan door de scheidsrechter.